Index | Geschiedenis | Cursus IP | Intranet | Security | Firewall | Management | Voip | Html | Faq's
Inleiding | Osi model | IP adressen | Laag 1 en 2 | Routering | Dns | Protocollen | Hardware
Google

IP, adressering en netwerk klassen.

Het volgende wat we nodig hebben als voorbereiding om te communiceren is een IP adres. Het IP adres is opgebouwd uit een viertal bytes (= 32 bits) , en wordt dotted (= met puntjes tussen de bytes (= 8 bits)) decimaal uitgeschreven. Dit betekend dat er in principe 10.1.1.1 is bijvoorbeeld een IP adres, maar ook 145.82.5.254. Willen we iets meer van deze adressen weten, dan zullen we op bit nivo verder moeten denken.
Bij de uitgifte van adressen is de basis gelegd van een drietal typen netwerken, de zgn klasse A, B en C netwerken.

De netwerktypen uitgeschreven op bit nivo

                          1          2          3
      Bits      12345678 90123456 78901234 56789012
      Klasse A  0nnnnnnn hhhhhhhh hhhhhhhh hhhhhhhh
      Klasse B  10nnnnnn nnnnnnnn hhhhhhhh hhhhhhhh
      Klasse C  110nnnnn nnnnnnnn nnnnnnnn hhhhhhhh
      Klasse D  1110xxxx xxxxxxxx xxxxxxxx xxxxxxxx
      Klasse E  11110yyy yyyyyyyy yyyyyyyy yyyyyyyy
      nnn = het toegewezen netwerk deel van het nummer
      hhh = het vrij te gebruiken host deel
      xxx = speciale adressen t.b.v. multicasting
      yyy = gereserveerde experimental adressen

Een paar voorbeelden van IP adressen 10.1.1.1 00001010 00000001 00000001 00000001 = Klasse A 145.82.5.254 10010001 01010010 00000101 11111110 = Klasse B

Uit het bovenstaande schema kun je aflezen dat het adres 10.1.1.1 een klasse A adres is, immers het begint binair met een nul en dat adres 145.82.5.254 een klasse B adres is omdat het met 10 begint. Het kennen van deze adresranges is belangrijk omdat routers (hierover later meer) met deze grenzen rekening houden in hun route tabellen.

Hoe komen we aan zo'n IP adres?

Als we onze werkstation of onze server aan willen sluiten op een bestaand netwerk, dan is het eenvoudig. We kunnen dan een adres vragen aan de beheerder van het netwerk waarop we willen aansluiten. Tegenwoordig worden dergelijke adressen veelal automatisch toegewezen. Sluiten we onze pc bijvoorbeeld via een provider aan op het internet, dan zorgt het ppp protocol bij het aanloggen op het provider netwerk dat we automatisch een adres toegewezen krijgen.
Willen we zelf een netwerk bouwen, dan hebben we een tweetal opties:

  1. We willen een nummerplan gebruiken waarmee we direkt het internet opkunnen en/of in de toekomst kunnen connecteren aan andere netwerken. We hebben dan een officieel geregistreerd netwerkadres nodig. Binnen de huidige policy, dienen dergelijke adressen bij je ISP (Internet Service Provider) aangevraagd te worden. Kijk voor meer info op http://www.iana.org/ipadress/ip-addresses.htm . Door een gebrek aan adressen, zal dit moeilijk worden als je meer als enkele tientalle adressen nodig hebt.
  2. Willen we niet direkt koppelen aan het internet of kunnen we niet voldoende adressen krijgen, dan kunnen we gebruik maken van zogenaamde private adressen. Dit zijn adressen die gereserveerd zijn voor gebruik binnen het eigen netwerk. We kunnen hiermee niet naar buiten communiceren, maar we voorkomen in ieder geval dat we eventueel konflikten krijgen doordat we naar een extern adres willen, dat we intern gebruiken. Hiervoor zijn de volgende adressen ter beschikking gesteld:
         10.0.0.0        -   10.255.255.255  (10/8 prefix)
         172.16.0.0      -   172.31.255.255  (172.16/12 prefix)
         192.168.0.0     -   192.168.255.255 (192.168/16 prefix)
    
    Kijk voor meer info in rfc1918 o.a. te vinden op de volgende URL http://rfc.net/rfc1918.html
    Ook met dergelijke adressen zijn er oplossingen te vinden uiteindelijk te connecteren naar het internet. Ze bieden in bepaalde gevallen zelfs voordelen op beveiligingsnivo.
Het gebruik van netwerkmaskers en default gateways wordt verder besproken in het hoofdstuk "Routering, hoe werkt dat". Nu volgt eerst de basis.

Vervolg: IP en laag 2.

bernard@netwerkinformatie.com